5 februari Sint Agaat zaait salaat

5 februari Sint Agaat zaait salaat


Fransen lijken overal een spreekwoord voor te hebben; zolang het rijmt is het goed. Sainte Agathe, semmer tes salads. ‘Op Sint Aagaat, zaait u salaat.’ Oftewel, vandaag kan er sla gezaaid worden, ongeacht het weer. Bij sneeuw, schuif het opzij, als de grond stijf bevroren is, zaai je in een bakje dat je op een beschut plekje of onder glas zet. Het is waar dat het vaak goed gaat en je al heel vroeg in het voorjaar sla kunt oogsten, maar dat ligt wel heel erg aan het humeur van de weergoden. Meer dan eens was de sla die vroeg in het voorjaar gezaaid werd tegelijk klaar met die van Agaat, maar ach, het blijft een leuk experiment. Uiteraard wel met een slasoort die bestand is tegen een beetje kou.

 

Dit is het gerecht dat op 5 februari staat in 'Mari plukt de dag':

Gebakken rijst met cashewcrunch en paksoi

400 g witte rijst of zilvervliesrijst
1 middelgrote ui, gesnipperd
1 plak knolselderij, in fijne brunoise
2 teentjes knoflook, fijngehakt
scheutje groentebouillon 
1 kleine prei, alleen het wit en frisse groen, heel fijn gesneden
ca. 100 g doperwtjes, ontdooid
1 niet al te grote paksoi*, of 2 mini’s, kontje er nog aan, in de lengte in parten van 1 cm
Kikkoman of paddenstoelensojasaus (bij de toko, de moeite van het halen waard)
gembersiroop
(arachide)olie

 

Cashewcrunch

50 g cashewnoten, gemalen tot grof poeder
50 g bloem**
20 g suiker
50 g boter
* Door de warme winter staat er hier nog steeds paksoi in de tuin; hij is te vervangen door 3 à 4 handen spruitjes in kwarten.
** Glutenvrij alternatief: te vervangen door amandel- boekweit- of kikkererwtenmeel.

 

Kook de rijst gaar en laat hem goed uitdampen en afkoelen (mag een dag van tevoren).

Meng ondertussen alle ingrediënten voor de cashewcrunch en spreid het mengsel uit op een ovenplaat met bakpapier. Zet in een oven van 160 °C en geef 8 à 10 minuten om te kleuren. Laat rustig afkoelen.

Verwarm een ruime, zware koekenpan of wok met een filmpje olie. Fruit de ui, knolselderij en knoflook erin. Voeg als ze net beginnen te kleuren een scheutje bouillon toe en laat dat in 3 minuten verdampen.

Voeg de rijst toe en bak een paar minuten mee. Schep regelmatig om en voeg de prei en erwtjes toe. Bak nog een paar minuten mooi droog. Schud of schep regelmatig om.

Verwarm als de rijst bijna klaar is een tweede koekenpan met een beetje olie. Leg de parten paksoi erin. Laat ze rondom goed heet worden, blus af met sojasaus, gembersiroop en een beetje water tot er nog net een bodempje in de pan staat. Laat het vocht in zo’n 3 minuten bijna verdampen en maak op smaak met peper & zout.

Zet een grote steker op een bord en schep er rijst in. Schik er, met het aanhangend vocht, aan één kant een paar parten paksoi op, en laat ze zo op de rijst leunen dat ze een beetje omhoogkomen maar dat u de rijst nog wel ziet. Strooi er cashewcrunch overheen. Er mag best een beetje op de lege helft van het bord terechtkomen. Serveer de rest apart.

 


Meer columns


Wat een salade

Wat een salade

Een saladebijbel, maar waarom? Alles is immers een salade (tenzij het een soep is). Júist daarom. In het Nederlands denk je misschien meteen aan een koude bereiding, maar ik ken zelfs een versie van andijviestamppot die salade au lards heet. Fransen nemen het woord sowieso heel ruim: als ze zeggen ‘het werd nog een hele salade’, kan het betekenen dat er tumult was, of zelfs een vechtpartij. Roepen ze uit ‘Quelle salade!’, dan bedoelen ze: ‘Wat een zooitje!’ En dat kan dan ook zomaar een feestelijk zooitje zijn. Alle mengsels kun je dus eigenlijk salade noemen. En precies daarom is het heel leuk om er een boek over te maken.

Een geboren en getogen bakkerszoon

Een geboren en getogen bakkerszoon

Een geboren en getogen bakkerszoon, dat ben ik. Niet gek dus dat ik al heel jong besloot dat ik bakker wilde worden. Mijn vader was banketbakker en heeft mij de kneepjes van het vak geleerd. Toch besloot ik een iets ander pad in te slaan dan mijn vader: ik had ontdekt dat ik brood bakken fantastisch vond. Na de middelbare school begon ik dan ook gelijk met een bakkersopleiding. Daarna werd ik niet meteen bakker op de manier die je zou verwachten. Ik ging namelijk aan de slag bij een bedrijf dat ingrediënten leverde voor brood. Denk hierbij bijvoorbeeld aan amandelspijs of aroma’s. Ik ontwikkelde deze producten en mocht bij bakkers door heel Nederland en België op bezoek om te demonstreren hoe ze het best met deze ingrediënten aan de slag konden. Bij mijn volgende werkgever kwam mijn focus meer te liggen op biologische ingrediënten, en tegenwoordig ben ik naast ontwikkelaar ook adviseur. Het leukste hieraan vind ik dat ik mag samenwerken met andere bakkers, en natuurlijk dat het allemaal om dat magische brood draait.