BIOLOGISCH

BIOLOGISCH


Ongeveer tweehonderd jaar geleden – en ook ver daarvoor – hadden we toegang tot het meest zuivere, lokale en verse eten. Nu is het de omgekeerde wereld en moeten we zelfs moeite doen en veel meer geld betalen voor gezond, normaal voedsel.

Het is in die optiek vreemd dat biologisch een term is, terwijl juist niet-biologisch voedsel een naam zou moeten krijgen. Dat wijkt immers af van wat de standaard zou moeten zijn! Helaas is het merendeel van de consumenten zich nog steeds niet bewust van het belang van biologisch eten voor een goede gezondheid.

Voedsel wordt steeds sneller en in grotere massa’s geproduceerd om aan de almaar
toenemende vraag naar eten te voldoen. De kwaliteit van het voedsel in de
supermarkt gaat daardoor steeds verder achteruit. De grote voedselindustrieën
hebben zo veel mogelijk en zo snel mogelijk geld verdienen voor hun aandeelhouders als doel en helaas bekommeren zij zich niet om de gezondheid van de mensen die hun producten kopen.

Verzwakte grond

De huidige voedselindustrieën die nietbiologisch eten verkopen proberen zo veel mogelijk te verbouwen op een klein stukje grond voor een zo hoog mogelijke
opbrengst per vierkante meter, maar de grond bepaalt tevens de gezondheid
en het immuunsysteem van het gewas dat er groeit. Wist je dat een gezond
stuk grond vol met mineralen zit en ontelbare voedingsstoffen om je gewas
goed te laten gedijen? Niet-biologische bedrijven houden de bodem over het
algemeen in een slechte staat, omdat dit goedkoper is dan allerlei dure mineralen en
sporenelementen toevoegen. Laat staan de grond af en toe de tijd geven om op
een natuurlijke manier te herstellen. En een gezonde grond is van belang,
want een plant die groeit in een gezonde bodem vol mineralen en belangrijke
voedingsstoffen, groeit op met meer gezonde voedingsstoffen. Wij eten die
plant die bomvol voedingsstoffen zit op en dat is weer goed voor ons immuunsysteem.
Een gezonde plant op gezonde grond is dus ook gezonder voor ons.

Chemische bestrijdingsmiddelen

De voedselindustrieën gebruiken zogezegd slechte grond om op te verbouwen en
daarnaast wordt er ook nog eens zo veel mogelijk verbouwd. De planten hebben
hierdoor een zwak immuunsysteem en daar komen allerlei insecten, onkruid en schimmels op af. Natuurlijk heeft de handige voedselindustrie daar ook iets op bedacht: giftige bestrijdingsmiddelen zoals pesticiden, herbiciden en fungiciden. Deze worden gebruikt om alles te doden wat de planten – en dus het inkomen van de boer – in gevaar zou kunnen brengen. Het is wetenschappelijk bewezen dat deze  bestrijdingsmiddelen schadelijk zijn voor mens en natuur. Dit voedsel vertoont al een  tekort aan voedingsstoffen, maar zit ook nog eens vol met gif. Het belandt vervolgens bij de niet-biologische supermarkt en van de supermarkt in onze boodschappentas en – hop – in onze mond.

Eenmaal geplukt

Om er nog een schepje bovenop te doen: het meeste voedsel komt vaak van ver, vanwege gunstige inkoopprijzen, en is soms wel vijf tot vijftien dagen onderweg per boot, vliegtuig of vrachtwagen. Daarna ligt het voedsel nog enige tijd in een opslagloods of distributiecentrum voordat het daadwerkelijk naar de supermarkt gaat. Vervolgens ligt het enkele dagen in de supermarkt voordat het door ons wordt gekocht en ook bij ons ligt het vaak nog een paar dagen in de koelkast of fruitmand. Zodra een stuk groente of fruit wordt geoogst, verliest het al voedingsstoffen en elke dag waarop het onderweg is, verliest het meer en meer. En als we het koken gaan er nog meer
voedingsstoffen en essentiële enzymen verloren. Het is de vraag hoe rijk je voedsel
dan nog is aan voedingsstoffen.

Biologisch is niet heilig

Biologisch eten is niet heilig, maar het wordt ontzettend streng gecontroleerd op bestrijdingsmiddelen. De grond is schoner en daardoor in veel betere staat. De boeren hebben meer liefde voor hun producten, het is vaker lokaal en daardoor is het minder lang onderweg. Helaas bevatten ook biologische groente en biologisch fruit kleine aantallen chemische stoffen en bestrijdingsmiddelen; vliegtuigen vliegen met hun kerosinegassen over het gewas, uitlaatgassen van auto’s waaien door de wind over de schone gewassen, het vuil in de rivieren en zeeën verontreinigt de bodem, niet-biologische boeren in de buurt gebruiken bestrijdingsmiddelen en de regen
is wegens luchtvervuiling ook niet zo schoon.


Meer columns


Een lekker dik boek

Een lekker dik boek

Kookboeken, ik heb er wel een paar. Vol prachtige foto’s, heerlijke vertaalfouten en vlekkerige vodjes met mijn eigen recepten. Soms haal ik ze tevoorschijn, om na te kijken wat ook alweer de verhoudingen zijn voor een souff lé of gebakje. De handgekliederde papiertjes zijn lang niet altijd even leesbaar; eenmaal ontcijferd stop ik ze terug in het naslagwerk en probeer me te herinneren welke gulden middenweg ook alweer het best werkte.Kookboeken, ik heb er wel een paar. Vol prachtige foto’s, heerlijke vertaalfouten en vlekkerige vodjes met mijn eigen recepten. Soms haal ik ze tevoorschijn, om na te kijken wat ook alweer de verhoudingen zijn voor een souff lé of gebakje. De handgekliederde papiertjes zijn lang niet altijd even leesbaar; eenmaal ontcijferd stop ik ze terug in het naslagwerk en probeer me te herinneren welke gulden middenweg ook alweer het best werkte.

Zot van soep

Zot van soep

Zot van eten en in het bijzonder zot van soep. Wat in mijn studententijd begon als een bezoekje aan een soepbar in Brussel, ontaardde in een droom om zelf zo’n zaakje te starten. De interesse in alles wat met voeding te maken heeft, was er al van kinds af aan. Met de paplepel ingegeven, of beter gezegd: met de soeplepel! Omdat ik ook graag een diploma op zak wilde hebben, begon ik – met in het achterhoofd (ooit) de start van een eigen soepzaak – een opleiding voedings- en dieetleer.