Een smakelijk en volledig maal

Een smakelijk en volledig maal


Een maaltje geeft de meeste voldoening als het van alles wat heeft. Traditioneel waren dat aardappelen, vlees en groente (een avg’tje wordt zo’n maaltijd ook wel genoemd), maar die kunnen natuurlijk ook vertaald worden naar wat ze leve­ren: koolhydraten, vitaminen, vezels, vetten en eiwitten.

Zij die liever koolhy­draten mijden, nemen wat meer eiwitten om toch verzadigd te raken (maar een koolhydraatloos dieet zou ik iedereen zonder hulp van een voedingsdeskundige liever afraden). Minder technisch bekeken wil je na het eten gewoon voldaan zijn en dat gevoel bereik je het makkelijkst door te zorgen voor verschillende smaken en structuren. Op alleen aardappelpuree zou je best kunnen leven: alles zit erin, maar het wordt wel erg snel saai. Meng er een knisperige groente door, liefst met een uitgesproken smaak, en het is al een stuk interessanter. Geef er een knák, kraak of knappertje bij en het is écht lekker.

Klassieke uiensoep is misschien wel het beste gerecht om het principe te illustreren: de soep zelf met een diepe, lichtzoete smaak, een knapperige crouton met zoute, vette kaas. Soms is het fijn als de smaken elkaar comple­menteren, zoals de aardse smaken van biet en paddenstoel. Soms kan een contrast de smaak juist accentueren, zoals het zuur in yoghurt of citroensap dat de zoetheid van pompoen een ‘randje’ geeft, of lichtbittere pompoenpitjes die ook nog een ‘knak’ toevoegen. Zoals in het gerecht 'Pompoen met pit', zie recepten.


Meer columns


Wat een salade

Wat een salade

Een saladebijbel, maar waarom? Alles is immers een salade (tenzij het een soep is). Júist daarom. In het Nederlands denk je misschien meteen aan een koude bereiding, maar ik ken zelfs een versie van andijviestamppot die salade au lards heet. Fransen nemen het woord sowieso heel ruim: als ze zeggen ‘het werd nog een hele salade’, kan het betekenen dat er tumult was, of zelfs een vechtpartij. Roepen ze uit ‘Quelle salade!’, dan bedoelen ze: ‘Wat een zooitje!’ En dat kan dan ook zomaar een feestelijk zooitje zijn. Alle mengsels kun je dus eigenlijk salade noemen. En precies daarom is het heel leuk om er een boek over te maken.

Een geboren en getogen bakkerszoon

Een geboren en getogen bakkerszoon

Een geboren en getogen bakkerszoon, dat ben ik. Niet gek dus dat ik al heel jong besloot dat ik bakker wilde worden. Mijn vader was banketbakker en heeft mij de kneepjes van het vak geleerd. Toch besloot ik een iets ander pad in te slaan dan mijn vader: ik had ontdekt dat ik brood bakken fantastisch vond. Na de middelbare school begon ik dan ook gelijk met een bakkersopleiding. Daarna werd ik niet meteen bakker op de manier die je zou verwachten. Ik ging namelijk aan de slag bij een bedrijf dat ingrediënten leverde voor brood. Denk hierbij bijvoorbeeld aan amandelspijs of aroma’s. Ik ontwikkelde deze producten en mocht bij bakkers door heel Nederland en België op bezoek om te demonstreren hoe ze het best met deze ingrediënten aan de slag konden. Bij mijn volgende werkgever kwam mijn focus meer te liggen op biologische ingrediënten, en tegenwoordig ben ik naast ontwikkelaar ook adviseur. Het leukste hieraan vind ik dat ik mag samenwerken met andere bakkers, en natuurlijk dat het allemaal om dat magische brood draait.