Groenten & bonen als ontbijt

Groenten & bonen als ontbijt


Net als fruit, is het eten van groenten voor het ontbijt een vrij recent fenomeen. Althans, voor ons Nederlanders want in het oude Egypte was een relish van uien met brood een gangbaar ontbijt. Wortels, komkommers en olijven worden in het Midden-Oosten al eeuwen in de ochtend geserveerd. En ook Chinezen en Japanners eten groenten als ontbijt. In het Westen voegt men pas vanaf de negentiende eeuw voorzichtig wat paddenstoelen, uien en peterselie toe aan omeletten.

Ook tomaten doen in het Westen pas laat hun intrede op de ontbijttafel. In Amerika worden ze in het Zuiden vaak rauw en in plakken geserveerd met zout en peper en azijn en in het Noorden vaak warm, en de laatste decennia eigenlijk vooral in de vorm van ketchup.

 

Terug naar ons eigen landje. Want ook hier worden steeds vaker groenten en bonen bij het ontbijt geserveerd. Denk maar aan toast met avocado, spinazieshakes en aan Arabische ontbijtgerechten als shakshuka en hummus. In hotels zie je vaker en vaker groenten op het buffet, iets wat in landen als Israël al jaren de normaalste zaak van de wereld is. Volgens mijn collega Jigal Krant die gespecialiseerd is in de Joodse keuken heeft dat alles te maken met de opkomst van luxehotels in Israël en de spijswetten van de Joden.

Toen de staat Israël werd uitgeroepen nam het toerisme toe. Joden én niet-Joden van over de hele wereld wilden naar het beloofde land. Het resultaat was dat er talloze grote tophotels kwamen. Omdat de ontbijtbuffetten in alle grote hotels in Israël koosjer moeten zijn en er bij het ontbijt melk wordt geserveerd, mag er geen vlees in dezelfde ruimte worden neergelegd. Omdat de hoteliers vreesden dat de niet-Joodse gasten een ontbijtbuffet zonder vleeswaren nogal karig zouden vinden, stalden ze ter compensatie gigantische hoeveelheden groenten en fruit uit. Zin of onzin… het Midden-Oosten geldt wat mij betreft als het mekka van het groente-ontbijt. Vandaar dat in dit hoofdstuk veel recepten uit die regio zijn opgenomen.


Meer columns


Wat een salade

Wat een salade

Een saladebijbel, maar waarom? Alles is immers een salade (tenzij het een soep is). Júist daarom. In het Nederlands denk je misschien meteen aan een koude bereiding, maar ik ken zelfs een versie van andijviestamppot die salade au lards heet. Fransen nemen het woord sowieso heel ruim: als ze zeggen ‘het werd nog een hele salade’, kan het betekenen dat er tumult was, of zelfs een vechtpartij. Roepen ze uit ‘Quelle salade!’, dan bedoelen ze: ‘Wat een zooitje!’ En dat kan dan ook zomaar een feestelijk zooitje zijn. Alle mengsels kun je dus eigenlijk salade noemen. En precies daarom is het heel leuk om er een boek over te maken.

Een geboren en getogen bakkerszoon

Een geboren en getogen bakkerszoon

Een geboren en getogen bakkerszoon, dat ben ik. Niet gek dus dat ik al heel jong besloot dat ik bakker wilde worden. Mijn vader was banketbakker en heeft mij de kneepjes van het vak geleerd. Toch besloot ik een iets ander pad in te slaan dan mijn vader: ik had ontdekt dat ik brood bakken fantastisch vond. Na de middelbare school begon ik dan ook gelijk met een bakkersopleiding. Daarna werd ik niet meteen bakker op de manier die je zou verwachten. Ik ging namelijk aan de slag bij een bedrijf dat ingrediënten leverde voor brood. Denk hierbij bijvoorbeeld aan amandelspijs of aroma’s. Ik ontwikkelde deze producten en mocht bij bakkers door heel Nederland en België op bezoek om te demonstreren hoe ze het best met deze ingrediënten aan de slag konden. Bij mijn volgende werkgever kwam mijn focus meer te liggen op biologische ingrediënten, en tegenwoordig ben ik naast ontwikkelaar ook adviseur. Het leukste hieraan vind ik dat ik mag samenwerken met andere bakkers, en natuurlijk dat het allemaal om dat magische brood draait.