Meten is weten

Meten is weten


Een van de belangrijkste onderdelen van het maken van cocktails is het correct afmeten van ingrediënten. Sommige mensen denken dat de beste bartenders op gevoel cocktails kunnen maken, net als topchefs op gevoel kunnen koken...

In zekere zin klopt dit ook wel en natuurlijk weet je op een gegeven moment wat een bepaalde hoeveelheid van een ingrediënt met de balans van de cocktail zal doen, maar juist wanneer je telkens beter wordt in het maken van drankjes, zul je merken dat je het telkens leuker vindt om de cocktails te perfectioneren. En hoe kun je werken naar iets wat in jouw ogen perfect is, als je het elke keer een beetje anders doet zonder deze veranderingen te controleren?

Het maken van cocktails wordt soms gezien als een ambacht en met een duur woord – en in mijn ogen ietwat overdreven – wordt ons beroep ook wel [c]mixology[/c] genoemd. Noem mij maar gewoon een bartender die graag lekkere cocktails maakt. Waar ik het wel mee eens ben, is dat ons beroep een vak is waarin je kunt blijven leren. Ik word elke dag uitgedaagd om te groeien en mijn vak te perfectioneren. Dit kan in mijn ogen alleen wanneer ik bijhoud wat ik daadwerkelijk doe. Ik schrijf al mijn recepturen op, houd aanpassingen daarin bij en ook mijn experimenten worden in een apart notitieboekje opgeschreven. Wat heeft dit voor zin als ik de ingrediënten vervolgens uit de losse pols bij elkaar gooi? Om smaken te leren kennen en om te begrijpen hoe ze zich tot andere smaken verhouden, moet je weten hoeveel je daadwerkelijk van de smaak hebt toegevoegd. En heb je eindelijk een killercocktail te pakken, dan wil je hem natuurlijk precies hetzelfde na kunnen maken. Afmeten dus!


Meer columns


Een lekker dik boek

Een lekker dik boek

Kookboeken, ik heb er wel een paar. Vol prachtige foto’s, heerlijke vertaalfouten en vlekkerige vodjes met mijn eigen recepten. Soms haal ik ze tevoorschijn, om na te kijken wat ook alweer de verhoudingen zijn voor een souff lé of gebakje. De handgekliederde papiertjes zijn lang niet altijd even leesbaar; eenmaal ontcijferd stop ik ze terug in het naslagwerk en probeer me te herinneren welke gulden middenweg ook alweer het best werkte.Kookboeken, ik heb er wel een paar. Vol prachtige foto’s, heerlijke vertaalfouten en vlekkerige vodjes met mijn eigen recepten. Soms haal ik ze tevoorschijn, om na te kijken wat ook alweer de verhoudingen zijn voor een souff lé of gebakje. De handgekliederde papiertjes zijn lang niet altijd even leesbaar; eenmaal ontcijferd stop ik ze terug in het naslagwerk en probeer me te herinneren welke gulden middenweg ook alweer het best werkte.

Zot van soep

Zot van soep

Zot van eten en in het bijzonder zot van soep. Wat in mijn studententijd begon als een bezoekje aan een soepbar in Brussel, ontaardde in een droom om zelf zo’n zaakje te starten. De interesse in alles wat met voeding te maken heeft, was er al van kinds af aan. Met de paplepel ingegeven, of beter gezegd: met de soeplepel! Omdat ik ook graag een diploma op zak wilde hebben, begon ik – met in het achterhoofd (ooit) de start van een eigen soepzaak – een opleiding voedings- en dieetleer.