Het geheim van slanke mensen

Het geheim van slanke mensen

Vóór Het geheim van slanke mensen dacht ik altijd in twee kampen: het slanke kamp met van die dunne types die het zo makkelijk hebben; de geluksvogels. En ‘mijn soort mensen’, de wat dikkere figuren, de levensgenieters die, net als ik, van de wind al aankomen. En die – om een beetje toonbaar te zijn – een eeuwige strijd moeten voeren.

Proeven is geloven: de vegetarische keuken is echt fantastisch!

Proeven is geloven: de vegetarische keuken is echt fantastisch!

De Vegabijbel. De kroon op mijn werk van de afgelopen twintig jaar. Want ja, zo lang geleden begon deze vegetarische ontdekkingsreis voor mij. Ik was negen jaar en realiseerde me tijdens het eten van een spaghetti bolognese voor het eerst dat
de koe in de wei dezelfde koe was als op mijn bord. Sindsdien heb ik nooit meer vlees gegeten, en ongepland loopt die beslissing van dat kleine meisje als een rode draad door mijn leven.

Gezondheid in een notendop

Gezondheid in een notendop

Voedingspatronen zijn in beweging. Voorheen waren het verschillende diëten die om de beurt opgehemeld werden, zoals Atkins, Weight Watchers, Cambridge, South Beach en nog vele andere. Tegenwoordig komt de ene voedingshype na de andere voorbij in kranten, op televisie en vooral via sociale media: van kokosolie en agavesiroop tot chiazaad en tarwegras. Als voedingsdeskundige krijg ik dagelijks vragen van mensen die de weg kwijt zijn in dit doolhof van gezonde voeding. En dat is zonde, want in de basis is goede voeding helemaal niet zo ingewikkeld. Ik beloof je dat je na het lezen van dit boek zelfverzekerd gezonde producten en gerechten kunt kiezen.
 

Platspuiten, afdekken of spitten?

Platspuiten, afdekken of spitten?

Het is al een paar dagen droog, een rondje door de tuin moet kunnen zonder meteen kilo’s modderkluiten aan mijn voeten te krijgen. De tuinbonen die ik vorige maand zo prematuur zaaide, tonen nog geen teken van leven. Maar ik wacht nog even af voor ik een tweede keer zaai. Februari is voor de meeste tuin­bonen het officiële zaaimoment, dus er is nog tijd. Naast het kale bonenbed valt het onkruid in de andere bedden extra op. Ik zou kunnen gaan spitten. Daar twijfel ik vaak over en besluit bijna altijd om het niet te doen. Wat wel?

Mosselvissers vissen twee, soms drie keer op hun waar

Mosselvissers vissen twee, soms drie keer op hun waar

Mosselvissers vissen twee, soms drie keer op hun waar: op mosselzaad, op halfwasmosseltjes en op volgroeide mosselen die in door de vissers afgebakende vakken
op de bodem van de Oosterschelde liggen. Deze percelen pachten de mosselvissers van de overheid. Voorheen visten de mosselvissers het zaad, kleine schelpjes, uit de Waddenzee.

Lang leve de Franse keuken in Nederland.

Lang leve de Franse keuken in Nederland.

In mijn familie werd altijd heel veel gekookt. Alle familiefeesten bestonden uit grote diners, zodra er iets te vieren viel gingen we de keuken in. Mijn moeder nam me vroeger in Parijs altijd mee boodschappen doen. Ik was een beetje een zwak jongetje toen ik klein was en mijn moeder was altijd in de buurt.

Ik heb leren koken met een plank en een mes, oké, een pan was ook wel handig maar eigenlijk is dat alles wat je in de keuken nodig hebt. Nu lijkt het soms alsof keukens een soort laboratoria zijn waar wetenschappers hun werk doen. Terwijl het voor mij echt een ambacht is waarbij met de handen wordt gewerkt. Al het gereedschap wat nu in veel keukens aanwezig is hebben we echt niet nodig om lekker te kunnen koken. Een keuken vol met technologie vind ik niet fijn werken. Je ziet de laatste tijd ook schoorvoetend dat oude technieken weer meer en meer de overhand krijgen.

Heb je Italianen weleens over eten horen praten?

Heb je Italianen weleens over eten horen praten?

Het lijkt net of ze ruzie hebben, zo verhit en vol passie gaat het eraan toe. Dat komt omdat dé Italiaanse keuken eigenlijk niet bestaat. Italië bestaat als staat pas sinds 1870, daarvoor was het een ratjetoe van landen en kleine staatjes. Maar wat dit bijeengeraapte zootje deelde, was een culinaire traditie. Recepten die van moeder op dochter werden overgedragen. Elke streek, elk dorp en iedere familie heeft zijn eigen tradities, en o wee als je die in twijfel trekt.

Welke keuken zou je meenemen naar een onbewoond eiland?

Welke keuken zou je meenemen naar een onbewoond eiland?

Dat vroeg mijn kookgrage moeder mij vroeger weleens. ‘De Italiaanse’, antwoordde ik steevast. Als kind leek mij deze keuken met pizza, pasta en goddelijke gelato eentje die nooit zou gaan vervelen. Nu, enkele decennia later, zou ik dit antwoord niet meer zo geven. Ik kook de hele wereld over. Soms heb ik zin in paella, soms in pittige saté’s, soms in stevige Marokkaanse troostsoep. Hoewel ik nog steeds dol ben op Italiaans eten, is er zoveel meer bij gekomen. Het zijn gerechten en smaken die ik voor geen goud zou willen missen.

Een boek over wild?

Een boek over wild?

Ja, echt: over wild. Het is het meest natuurlijke vlees, eigenlijk het ultieme scharrelvlees. Dit is dan ook hét boek voor mensen die hun eten serieus nemen, graag zelf koken en dan bij voorkeur kiezen voor ingrediënten die biologisch, natuurlijk, puur, lokaal en  seizoensgebonden zijn. En uiteraard voor de jager die het zelf geschoten wild het liefst zo lekker mogelijk op tafel wil krijgen.

Van amandelkrullen tot Zeeuwse speculaas

Van amandelkrullen tot Zeeuwse speculaas

Volgens mij is er geen land ter wereld met een rijkere koekjescultuur dan de onze. In elk gezin vind je een goedgevulde koektrommel, die rond koffie- en theetijd op tafel komt. Bij ons thuis was dat zeker het geval, en de koektrommel was een van de eerste dingen die ik als kind blindelings wist te vinden. We hadden twee koektrommels: eentje met de gewone koekjes voor doordeweeks en een met de luxere koekjes, speciaal voor de weekenden of als er bezoek kwam.

Wat een salade

Wat een salade

Een saladebijbel, maar waarom? Alles is immers een salade (tenzij het een soep is). Júist daarom. In het Nederlands denk je misschien meteen aan een koude bereiding, maar ik ken zelfs een versie van andijviestamppot die salade au lards heet. Fransen nemen het woord sowieso heel ruim: als ze zeggen ‘het werd nog een hele salade’, kan het betekenen dat er tumult was, of zelfs een vechtpartij. Roepen ze uit ‘Quelle salade!’, dan bedoelen ze: ‘Wat een zooitje!’ En dat kan dan ook zomaar een feestelijk zooitje zijn. Alle mengsels kun je dus eigenlijk salade noemen. En precies daarom is het heel leuk om er een boek over te maken.

Een geboren en getogen bakkerszoon

Een geboren en getogen bakkerszoon

Een geboren en getogen bakkerszoon, dat ben ik. Niet gek dus dat ik al heel jong besloot dat ik bakker wilde worden. Mijn vader was banketbakker en heeft mij de kneepjes van het vak geleerd. Toch besloot ik een iets ander pad in te slaan dan mijn vader: ik had ontdekt dat ik brood bakken fantastisch vond. Na de middelbare school begon ik dan ook gelijk met een bakkersopleiding. Daarna werd ik niet meteen bakker op de manier die je zou verwachten. Ik ging namelijk aan de slag bij een bedrijf dat ingrediënten leverde voor brood. Denk hierbij bijvoorbeeld aan amandelspijs of aroma’s. Ik ontwikkelde deze producten en mocht bij bakkers door heel Nederland en België op bezoek om te demonstreren hoe ze het best met deze ingrediënten aan de slag konden. Bij mijn volgende werkgever kwam mijn focus meer te liggen op biologische ingrediënten, en tegenwoordig ben ik naast ontwikkelaar ook adviseur. Het leukste hieraan vind ik dat ik mag samenwerken met andere bakkers, en natuurlijk dat het allemaal om dat magische brood draait.