Welke keuken zou je meenemen naar een onbewoond eiland?

Welke keuken zou je meenemen naar een onbewoond eiland?


Dat vroeg mijn kookgrage moeder mij vroeger weleens. ‘De Italiaanse’, antwoordde ik steevast. Als kind leek mij deze keuken met pizza, pasta en goddelijke gelato eentje die nooit zou gaan vervelen. Nu, enkele decennia later, zou ik dit antwoord niet meer zo geven. Ik kook de hele wereld over. Soms heb ik zin in paella, soms in pittige saté’s, soms in stevige Marokkaanse troostsoep. Hoewel ik nog steeds dol ben op Italiaans eten, is er zoveel meer bij gekomen. Het zijn gerechten en smaken die ik voor geen goud zou willen missen.

Van 2010 tot 2015 woonde ik met mijn gezin in de Verenigde Staten, waar een nieuwe culinaire wereld zich aan mij openbaarde. De smaken van dit uitgestrekte land met zijn ontelbare regionale specialiteiten, met zijn immigranten uit alle windstreken en de voortdurende honger naar culinaire vernieuwing kun je niet in één zin samenvatten. De vijf jaar die ik er heb gewoond, verkeerde ik in een soort culinaire roes. Ik reisde zo veel ik kon en baande me al proevend een weg door steden en staten. Zo ging ik voor ELLE Eten een paar keer op zoek naar de beste culi-adressen, onder andere in Los Angeles, San Francisco, Seattle, Portland en mijn thuisstad Washington, DC. Ik liep over markten in Los Angeles waar ik totaal onbekende Zuid-Amerikaanse groenten, kruiden en chilipepers zag, ik snackte de beste taco’s van mijn leven in Arizona, at waanzinnige Peruaanse ceviche in San Francisco, slurpte voor het eerst Chinese soep-dumplings in New York, kreeg een prachtige meatloaf van handgedraaid gehakt voorgezet bij dierbare vrienden, ontdekte de barbecuecult in Texas, at oyster po’ boys bij een foodtruck in Charleston en kwam in aanraking met zalig health food toen er bij mij om de hoek een mooie salad- en juicebar werd geopend. Als ik nu een keuken zou moeten kiezen voor op dat onbewoonde eiland, zou ik absoluut voor de Amerikaanse gaan. Een keuken die echt niet enkel bestaat uit hot dogs en burgers, maar een heerlijke smeltkroes is van smaken, culturen, tradities én vernieuwingen. Als je door dit boek bladert, zal het je dan ook niet ontgaan dat ik me vaak door mijn tijd in de VS heb laten inspireren. Ik hou van pittig eten en dan ontkom je niet aan tex-mex en Mexicaans. En ook de keuken uit de zuidoostelijke staten van Amerika, Southern food, maakt graag gebruik van een heet pepertje. Verder ben ik een groot fan van Amerikaanse baksels als pompoencake, key lime pie en pecan pie. Voor wie dit allemaal wat te veel een lofzang op de Amerikaanse eetcultuur vindt worden: geen zorgen, er staat nog veel meer in dit boek! Voortdurend laat ik me inspireren
door mijn reizen, door wat ik zie en wat ik proef. Inmiddels woon ik alweer in een paar jaar in Den Haag en trek ik heerlijk door eigen stad, land en Europa. Het uitgangspunt voor dit kookboek zijn ‘keukenhits’, gerechten die iedereen graag eet en die ook iedereen kan maken. Het is vooral homey food, waarvoor je gezellig met z’n allen aan de keukentafel schuift. Geen opgeprikt gedoe. Door de jaren heen heb ik deze succesnummers naar mijn hand gezet en sinds 2011 paraderen ze in mijn rubriek Hitparade in ELLE Eten. Er komt van alles langs: van snelle tomaten-broodsalade, pad thai en huevos rancheros tot meer uitgebreide gerechten als een oer-Amerikaanse meatloaf, een Marokkaanse kiptajine of een wat bewerkelijke maar beeldschone Indische spekkoek. Voor elke dag, elk moment, elke smaak en elke stemming zit er iets bij.


Meer columns


Platspuiten, afdekken of spitten?

Platspuiten, afdekken of spitten?

Het is al een paar dagen droog, een rondje door de tuin moet kunnen zonder meteen kilo’s modderkluiten aan mijn voeten te krijgen. De tuinbonen die ik vorige maand zo prematuur zaaide, tonen nog geen teken van leven. Maar ik wacht nog even af voor ik een tweede keer zaai. Februari is voor de meeste tuin­bonen het officiële zaaimoment, dus er is nog tijd. Naast het kale bonenbed valt het onkruid in de andere bedden extra op. Ik zou kunnen gaan spitten. Daar twijfel ik vaak over en besluit bijna altijd om het niet te doen. Wat wel?

Mosselvissers vissen twee, soms drie keer op hun waar

Mosselvissers vissen twee, soms drie keer op hun waar

Mosselvissers vissen twee, soms drie keer op hun waar: op mosselzaad, op halfwasmosseltjes en op volgroeide mosselen die in door de vissers afgebakende vakken
op de bodem van de Oosterschelde liggen. Deze percelen pachten de mosselvissers van de overheid. Voorheen visten de mosselvissers het zaad, kleine schelpjes, uit de Waddenzee.